Datajournalistiek in Nederland, al twee decennia oud

Logo De Nieuwe ReporterDe serie over datajournalistiek valt wel heel snel van het ene uiterste – ‘datajournalistiek is eeuwenoud’ – in het andere: ‘het idee om in databases naar nieuws te graven werd in Nederland al in 2008 geopperd’ en ‘Deze opkomst van datajournalistiek in Nederland werd ongeveer een jaar geleden ingeluid door de vacature van NU.nl voor een datajournalist’. Daartussen wordt een héél groot stuk geschiedenis overgeslagen. Dat is jammer, want juist in Nederland heeft datajournalistiek een behoorlijke traditie. Wie denkt op nul te moeten beginnen, mist een uitgelezen kans om daarvan te leren.

Wat we nu veelal datajournalistiek noemen stond tot voor kort bekend als computer assisted reporting. De geschiedenis daarvan gaat in Nederland in elk geval terug tot 1993. Nederlandse journalisten behoorden in Europa tot de pioniers op dit terrein, ver voordat hun Britse vakgenoten aan data begonnen te snuffelen. Sterker nog, sommigen hebben dat van hun Nederlandse collega’s geleerd.

Maar het begon in Amerika. De eerste pioniers analyseerden in de tweede helft van de jaren zestig met computers grote hoeveelheden data ten behoeve van nieuwsverhalen. Let wel, dit is bijna vijftien jaar voor de introductie van de IBM PC. De analyses werden ’s nachts en in de weekeinden uitgevoerd op de computers waarop de abonnementenadministratie draaide. Gestaag gingen steeds meer journalisten daarmee aan de gang en zochten ze elkaar op om kennis en data uit te wisselen. In 1989 leidde dit tot de oprichting van het National Institute for Computer Assisted Reporting (NICAR), een initiatief van de Amerikaanse vereniging van onderzoeksjournalisten IRE (Investigative Reporters and Editors). IRE en NICAR organiseren jaarlijks een conferentie over datajournalistiek en verzorgen tientallen trainingen op dit terrein. Die vierdaagse conferenties werden en worden massaal bezocht, soms door meer dan duizend journalisten. In San Jose in 1994 was ik een van de circa 550 deelnemers, en een van de vijf Europeanen. De andere vier kwamen uit Scandinavië.

Ik was door NRC Handelsblad naar die conferentie gestuurd, omdat ik daar sinds het voorjaar van 1993 bezig was met datajournalistiek, naast mijn andere werkzaamheden op de binnenlandredactie. Het eerste project ging over het onbekende netwerk van bestuurders in de sociale zekerheid en leidde tot twee grote verhalen in de krant, en later tot een hoofdartikel onder de prachtige kop ‘De wereld van Klompien’. Het tweede project betrof de analyse van verkiezingsuitslagen, die onder meer resulteerde in een pagina met kaarten in de krant op de dag na de Tweede Kamerverkiezingen in mei 1994. Vandaag de dag zijn zulke kaarten gemeengoed, ook in andere media, maar destijds was daarvoor veel inventiviteit en eigen programmeerwerk nodig én vergden ze het uiterste van de rekenkracht van de toenmalige computers. Een commando intikken en dan drie kwartier moeten wachten tot het resultaat was berekend, was niet uitzonderlijk. Gelukkig zijn die tijden voorbij.

In de loop der jaren heeft NRC Handelsblad vele grote en kleine datajournalistieke projecten gedaan, onder meer over het stemgedrag van Europarlementariërs, de toekenning van koninklijke onderscheidingen, de spectaculaire banengroei in de twee helft van de jaren negentig, collegevorming na gemeenteraadsverkiezingen, en goede en slechte buurten in Nederlandse steden. Dit laatste leidde onder meer tot het boek Een atlas van de Nederlandse steden, 2049 buurten vergeleken. Later was ik niet meer de enige bij de krant die zich met zulke projecten bezighield. Met name Arlen Poort heeft mooi werk gedaan, bijvoorbeeld aan de analyse van de woningmarkt.

NRC Handelsblad was de eerste, maar bleef niet lang de enige. Trouw maakt ook al in de jaren negentig naam met datajournalistieke projecten. Marjan Agerbeek werd in 1998 genomineerd voor de Prijs voor Dagbladjournalistiek voor haar project Schoolprestaties. Zij liep die prijs zelf mis – is mijn taxatie – omdat de jury niet begreep wat ze had gedaan. Ook de segregatie in het basisonderwijs en de kwaliteit van het beheer van museumcollecties zijn voorbeelden van haar dataprojecten bij Trouw.

De projecten van Elsevier worden in de serie wel genoemd, maar ook de Volkskrant (onder meer over de honorering van topbestuurders in het bedrijfsleven, en over de kwaliteit van verpleeg- en verzorgingshuizen), het AD en het Onderwijsblad (onder meer ‘Hoe rijk is mijn schoolbestuur’, goed voor de Nationale Prijs voor Onderwijsjournalistiek in 2009)

Zelf heb ik sinds 1994 in diverse landen trainingen gegeven aan journalisten in het analyseren van data. In de collegezalen van City University in Londen kwamen Britse journalisten zich eind jaren negentig enkele malen laven aan de datakennis van Nederlandse, Zweedse en Deense collega’s. Tot de Europese pioniers behoren behalve ondergetekende Fredrik Laurin en Helena Bengtsson in Zweden, John Bones in Noorwegen, en Nils Mulvad, Tommy Kaas en Flemming Svith in Denemarken.

In sommige journalistenopleidingen in Nederland zit al meer dan tien jaar een component data-analyse, zij het doorgaans facultatief. Peter Verweij aan de School voor de Journalistiek in Utrecht liep hierin voorop. Hij publiceerde samen met Peter Vasterman al in 1994 al een boekje over computer assisted reporting. Ook de postdoctorale opleiding journalistiek aan de Erasmusuniversiteit (PDOJ) bevat al heel lang een of meer dagen training in datajournalistiek.

Dit doet allemaal niets af aan het prachtige werk dat The Guardian de laatste jaren heeft laten zien. Maar deze krant was zeker geen voorloper.

Op de eerste Global Investigative Journalism Conference, in 2001 in Kopenhagen, werden vele trainingen en presentaties verzorgd in datajournalistiek. De meeste docenten waren ingevlogen uit Amerika, maar de Nederlandse journalistiek stond met twee sprekers op dit terrein beslist zijn mannetje. Hun presentaties hebben in diverse landen vruchten afgeworpen. Zo is het project Schoolprestaties in nagenoeg identieke vorm herhaald in Finland, en is de analyse van de lintjesregen herhaald in Noorwegen. De Nederlandse datajournalistiek heeft aantoonbaar invloed gehad in andere Europese landen.

De ervaringen op deze conferentie leidde onder meer tot de oprichting van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten, de VVOJ, in het voorjaar van 2002. Deze vereniging, die inmiddels ruim zeshonderd leden telt, organiseert elk jaar een tweedaagse conferentie waarin van meet af aan veel aandacht is geweest voor het analyseren van data ten behoeve van nieuwsverhalen. Sinds vorige jaar wordt de conferentie voorafgegaan door een extra dag die geheel is gewijd aan datajournalistiek. Dit zal ook bij de komende conferentie, midden november in Antwerpen, weer het geval zijn. De vereniging publiceerde in 2003 een rapport over lesmethoden voor computer assisted reporting, waarvoor onder meer is onderzocht in hoeverre Amerikaans en Scandinavisch materiaal in Nederland bruikbaar was (en is).

Tenslotte nog een opmerking over de datavisualisatie. Ik gebruik die term expres om die te onderscheiden van datajournalistiek, omdat een cruciaal aspect van journalistiek ontbreekt in zulke visualisaties: het verhaal. Wat is het nieuws? Dit geldt bijvoorbeeld voor de interactieve graphic die The Guardian maakte van het surfgedrag van Anders Behring Breivik. Prachtig, zonder meer, zowel in esthetisch als in technisch opzicht. Maar wat is de conclusie?

Journalistiek is waarheidzoekend verhalen vertellen, primair gericht op burgers. De analyse van data kan daar beslist een waardevolle bijdrage aan leveren. Daarvan zijn ook in Nederland al twintig jaar talloze fraaie voorbeelden te vinden. Het is verheugend dat er de laatste twee jaar weer een paar media bij zijn gekomen die mensen willen vrijmaken voor data-analyse en geloven in de journalistieke mogelijkheden daarvan, zoals Twentsche Courant Tubantia, RTL Nieuws en nu.nl. Maar het is erg jammer dat degenen die die kansen krijgen zo weinig historisch besef aan de dag leggen en de geschiedenis van hun vak zo veronachtzamen. Want er valt veel te leren van wat reeds gedaan is: over analyse, over gereedschap en data, maar vooral ook over hoe je uit cijfers nieuws haalt voor journalistieke verhalen die ertoe doen, die op de voorpagina staan, en waarover gesproken wordt. Misschien moeten de journalistiekopleidingen maar eens een vak ‘Geschiedenis van de journalistiek’ invoeren.

Deze bijdrage werd ook gepubliceerd op De Nieuwe Reporter.